POËZIE
Museum Perron Oost, 2022
Stadsarchief Amsterdam, 2025-2026
ergens in een woonkamer in A’dam West
(een greep)
hier ergens ligt mijn hart begraven
mijn lieve hart, geweldenaar
hier ergens in de grond
telkens dieper klauw ik nagels
in het zwarte zware vocht, jaag ik
verbeten gravend naar iets zachts
mezelf heb ik toen opgeborgen
zodat niemand dit zou zien
al het goede komt met pijn
ik leg mijn vuile handen neer, soms
ontkiemt er leven uit de vlakte
een sterke boom een stevig blad
2025
twee harten
je hart van zee zei hij derya-delam
zei ik met vissen van gemis zei hij
en vissen van verdriet het is te groot
voor mij zei ik de bodem is uit zicht
wees blij wees blij met peilloos diep zei hij
er passen nog wat vissen bij, als je
ze laat, het donker zal ze troosten, echt
pas op de zee maar volg haar azizam
mijn eigen hart een lege straat die wacht
op avonden jasmijngezang zei hij
op zacht ontluikend licht op vogelraad
het stof zei hij ligt stil in elke hoek
geduldig tot een briesje wind een vraag
of buren die me groeten in mijn taal
2024
weer
komt het duister vroeg vandaag
niets nieuws aan schemer-horizon
razend de wind, hij jaagt op ons
en test hoe diep de wortels gaan
van ons onmogelijk verlangen
naar een geschiedenis die achter ons
naar een vergeten van
waartoe ook wij (enfin)
en alles zal zich weer herhalen
verbazing redt ons niet
2023